Wat ruik ik daar?


In de voorbije decennia is er heel veel aandacht geweest voor de betekenis van onze zintuigen. Uiteraard voorzien en waarnemen (de visuele component),voor horen en luisteren (de auditieve),voor aanraken en tastzin (de tactiele) en vooral voor reuk en geur (de olfactorische component).Vanuit heel verschillend perspectief en uiteenlopende disciplines zijn erop veel manieren nieuwe ontwikkelingen gesignaleerd.


Tot mijn grote verbazing spelen reuk en geur daarbij bijna de hoofdrol,terwijl ik het idee had,datdie sector heel moeilijk te reconstrueren valt, zeker als het om het verleden gaat.


Een van de vroege, uitermate belangrijke, onderzoekers in dit veld is de Fransman Alain Corbin (1936). Hij publiceerde in 1982 als historicus het boek Le Miasme et la Jonquille, in een Nederlandse vertaling Pestdamp en Bloesemgeur (SUN/Boom Uitgevers, Amsterdam).

Deze publicatie ligt op het terrein van de cultuurwetenschap en bestrijkt het omvangrijke gebied van stank en vervuiling tot parfum,okselspray en airco. Ook besteedt Corbin aandacht aan pheromonen, de verleidelijke stoffen en lokmiddelen bij mensen en dieren.

Het gaat hierbij vooral om een breed onderzoek naar vormen van verontreiniging,industriële vervuiling,om dampen en uitwerpselen, om rioolstelsels en de beerput, om het omvangrijke gebied van rottingen ontbinding.

Aan de andere kant laat Corbin zien hoe in de lange geschiedenis van beheersing en reglementering, van bestrijdingsmiddelen en desinfectie, geprobeerd werd het ontbreken van hygiëne te reduceren. Artsen en chemici hielden zich intensief bezig met de selectie van dampen en gassen. Vanaf de 18de eeuw werden rioolstelsels aangelegd en trad er een grote verbetering op in de wereld van de sanitaire voorzieningen. Corbins studies vonden in veel landen navolgers. Maar ook de andere kant kreeg de nodige aandacht, zoals in de studie uit 2001 Der Duft der Verführung van Lyall Watson(Frankfurt, 2001, 283 pag.)over die hierboven al genoemde pheromonen, verlokkende stoffen, zoals parfums.


Eveneens In Duitsland verscheen in 1985het fascinerende boek van Patrick Süskind Das Parfüm,die Geschichte eines Mörders, dat in 2006 werd verfilmd. Het is een zeer spannend verhaal rond Jean Baptiste Grenouille, in de omgeving van Parijs en Grasse, het oude centrum voor het parfum en Grenoilles onstuitbare obsessie voor geuren.

Inmiddels werd er ook nagedacht over de rol van geur in de religieuze context. Het gaat immers niet uitsluitend om verkondiging, maar ook om zaken die je met de ogen waarneemt en om geuren als wierook, oliën enzovoort,waardoor men dacht een verbinding tot stand te brengen tussen aarde en hemel, het natuurlijke en bovennatuurlijke,tussen tijd en eeuwigheid. Minstens sinds het Hooglied van Salomon spelen geuren in deze context een rol.


We weten allemaal hoe in onze tijd onder meer airconditioning en deodorant worden ingezet ter bestrijding van onaangename luchtjes. Inmiddels bevindt zich in Parijs in de Rue du Parc de Clagny een ‘Osmotheek’,waar wordt geprobeerd zoveel mogelijk geuren te verzamelen om al die uiteenlopende ‘geurfamilies’ te onderscheiden.

In 2020 ging overigens in ons land een groot opgezet onderzoeksproject van start onder de titel Odeuropa. De bedoeling is om op deze manier het niet direct tastbare cultureel erfgoed van de vele soorten geuren tussen de 16de en de 20ste eeuw vast te leggen. Uiteindelijk moet dit project uitmonden in de Encyclopaedia of SmellHeritage. Overigens wist het onderzoek van Odeuropa ruim 2,8 miljoen Europese subsidiegelden in de wacht te slepen. Wellicht zullen we ooit weten hoe Europa rook en geurde in de lange periode van zo'n vier eeuwen.


Vroeger probeerde men met geurbollen met rozemarijn of hete teer pest en ziektes te verdrijven, net zoals we allemaal in de periode van corona opeens weten wat aerosolen zijn, en de aandoening, veroorzaakt door corona, van mensen, die niet meer konden ruiken.

In het Mauritshuis in Den Haag was in 2021 de tentoonstelling Vervlogen - geuren in kleuren te zien, de oude wereld van grachten als een soort van openbaar toilet,vol stank en uitwerpselen. Het heette toen: "het stinckt als des duyvels aers",waartegen je wel wat geurvreters en welriekende kruiden nodig had. Het was geen toeval, dat de Drie Koningen ook wierook en mirre bij zich hadden, of dat we ons allemaal nog steeds die geur van de appeltaart uit de tijd van Oma herinneren.


Net zo min is het toeval, dat opeens de geschiedenis van de neus weer in de aandacht kwam. Ik was net klaar met deze blog, toen de Volkskrant (27.8 .2022)een groot verhaal publiceerde: Onze neus is lang zo gek nog niet,vijf lessen over ons reukvermogen.

Veel geurig leesplezier.


Karel Hupperetz


46 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven