25 uur per dag!
- rob oorthuizen
- 16 apr
- 3 minuten om te lezen

De Schrijfgroep komt maandelijks bijeen in de Dickens Room. LET OP: Oproep onderaan!Hierbij een tekst van één van de ‘schrijvers’,
Rob Oorthuizen.
Opdracht april 2026:
Neem als insteek voor je verhaal de vraag “Wanneer was jij te laat?”. Het kan vrij gebruikt worden.
25 uur per dag!
‘Ik zei, toch, dat we eerder weg moesten?’
‘Hoe zo? We zijn er ruim een half uur voordat het begint.’
‘Ja, maar je ziet, hoe druk het is!’
Terwijl ik onze fietsen aan de ketting leg, naast de ingang van De Oosterpoort, zie ik de drukte toenemen. We lopen de hal binnen en de rijen voor de garderobe zijn al behoorlijk lang.
‘Ik zei het toch; als de kaarten niet geplaceerd zijn, dan moeten we veel eerder weg.’
‘Ja, ja, ik weet wel, dat je dat zei, maar ruim een half uur, is toch vroeg genoeg.’
‘Hmm, we zullen zien, maar jij hebt altijd tijd genoeg. En eigenlijk ben je altijd te laat.’
De jassen afgeven gaat redelijk vlot en de route naar de Kleine Zaal is druk, maar we kunnen gewoon doorlopen. Bij de Kleine Zaal echter staat het vol en het duurt enige tijd voordat we naar binnen kunnen.
Als we binnen zijn, vinden we vlot een plek op rij zoveel op de hoek.
‘Dit zit toch prima. Tenminste voor zo ver je in deze zaal prima kan zitten.’
‘Ja, dit is best redelijk. Maar ik houd ervan een beetje op tijd te zijn. En jij komt altijd te laat.’
Het zoemt door mijn hoofd ‘Jij komt altijd te laat!’ Het uitroepteken achter de zin was duidelijk. Het concert begint, maar de zin laat me niet los. Hoe zó ‘altijd’. Zinnen met ‘altijd of nooit’ deugen niet. De absoluutheid ervan spoort niet, is eigenlijk makkelijk te weerleggen en creëert een tegenstelling die er niet is, veroorzaakt onnodige frictie.
Ik schuif op de ongemakkelijke bank; het zit voor geen meter. ‘Hoe zo altijd te laat!’ balkt het in mijn hoofd. Natuurlijk weet ik wel dat die woorden ‘altijd’ en ‘nooit’ in dit soort situaties niet letterlijk moeten worden genomen; het zijn meer duidingen om de emotionaliteit te vatten. Maar tegelijkertijd blijft het niet deugen. Oké, oké, ik denk altijd – nu ja meestal – dat ik nog even dit of nog even dat kan doen en dan wordt het krap. Tja, ik hoop altijd – nu ja meestal – dat er 25 uur in een dag zit. Dat is doorgaans niet het geval, helaas. Ik mijmer door, terwijl het concert doordendert – iets Zuid Amerikaans. En ja, bij mij is het vaak kantje boord. Dat is bekend, toch! Daar hoef je je verder niet aan te ergeren, toch. Je ergeren, ook zo iets. Nergens voor nodig! Met uitroepteken, vind ik. Je ergeren is een keuze gaat het door mijn hoofd, terwijl de Rumba de Chachacha afwisselt. Je kan constateren dat je iets van iemands gedrag niet leuk vindt en dat kan je melden, maar je je er aan ergeren is niet handig en je hebt er niets aan. Je hebt alleen je zelf ermee. Leven en laten leven en een beetje samen leven daar gaat het om.
Er klinkt applaus. Het is afgelopen.
‘Was mooi, hè’, klinkt het naast me. Eerlijk gezegd heb ik geen idee, maar ik knik en zeg, ‘Ja, vooral de instrumentele nummers.’
‘Eens. Haar stemgeluid was wat krassend. Zullen we nog een wijntje nemen?’
‘Tuurlijk.’
2 april 2026
Rob Oorthuizen
Nog even dit…
Vanaf september is er in onze schrijfgroep ruimte voor een extra schrijver. Gelet op de samenstelling van de groep (7 personen) is er een lichte voorkeur voor een man. Het is niet nodig dat je al teksten schrijft, maar je moet het schrijven natuurlijk wel leuk vinden. We komen één keer per maand bij elkaar op de eerste dinsdag van de maand om 10.00 uur in de Dickens Room van de bibliotheek van Haren.
Een paar dagen daarvoor sturen we elkaar onze verhalen toe. Op de bijeenkomst lezen we ons verhaal voor en bespreken we het met het oog op verbeteringen, maar vooral ook met positieve feedback.
Lijkt het je wat of wil je er nog wat meer van weten?
Neem dan even per e-mail contact op met Jean Wartena: jeanschrijft@gmail.com







Opmerkingen