Wat scheelt het
- Schrijfgroep
- 5 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen

Mijn ogen schieten door het verkeer en in mijn hoofd speelt er een liedje. ‘Guantanamera…. Guajira guantanamera… Guantanamera …. Guajira guantanamera..’
Een glimlach om mijn mond voorkomt een goede uitspraak. Ik kan ook geen toon houden. ’Wat kan het schelen,’ zeg ik tegen niemand in de auto. ‘Schelen zijn de mooiste niet en mooie schelen zijn er niet.’
Ja vroeger wel. Toen was ik mooi. Toch wel een mooie schele. In ieder geval leverde het modellenwerk wel de dikke BMW op waar ik tot nu toe nog steeds in mag rijden. Alles beter dan in die volle bussen of treinen met al die stinkende mensen. Mijn neusvleugels trekken op bij de gedachte alleen al. Automatisch open ik het raam, maar wat is dat schrikken van de koude vochtige lucht, dus snel weer dicht. Gelukkig kan ik vlak voor de deur van mijn tandarts parkeren.
Geen gaatjes dus zo weer weg, denk ik.
Maar als ik mijn auto wil starten denkt die daar blijkbaar anders over. Ook de meneer van de ANWB geeft het op. ‘Geen idee, mevrouw. Ik kan uw auto laten wegslepen naar een garage. Zelf moet ik op weg naar andere mensen met pech. U kunt met bus of trein naar huis en morgen even bellen voor vervangend vervoer als u dat nodig hebt.’
Een half uur later klettert de regen op het dak van perron 4. Paraplu’s klappen open en dicht, glimmende regenjassen haasten zich. Hoodies minder. Bibberend glip ik een coupé binnen en bemachtig de laatste plek tegenover een vrouw met een tas vol prei. ‘Lekker dan,’ mompel ik. De vrouw kijkt op met verwondering en zegt met zachte stem: ‘Wat een mooie ogen hebt u. U lijkt wel iemand uit een glossy.’
Van alle complimenten in mijn toptijd als model heb ik nooit eerder zo’n oprecht volkomen onverwachte opmerking gehoord. Ik smelt, natte jassen of prei ruik ik niet.
Volgens mij hoef ik morgen niet te bellen voor een vervangende auto.
3 februari 2026 Simone de Roy
Opdracht stelling: Autorijden – geëxcuseerd alleen






Opmerkingen