Uit de Oude Doos (ivm Boekenweekthema ‘Mijn Generatie’)
- Schrijfgroep
- 4 mrt
- 3 minuten om te lezen

Maria bindt haar weelderige grijze lokken in een staart.
De hoge houten kast in de logeerkamer is veel te vol, dat kan zo niet langer. Ze heeft haar oude werkschort aangetrokken en op de radio de Arbeidsvitaminen opgezocht.
Bas, haar oudste kleinzoon, hij is al bijna zestien, zet even koffie. Hij komt haar helpen.
Wankelend klimt ze het keukentrapje op. Er zit opgedroogde verf op de treden, een trap met geschiedenis. Ze hijgt een beetje.
“Óóma!” Bas komt net de kamer in als Maria zich, staand op haar tenen, uitstrekt en haar uiterste best doet om van een hoge plank een stevige kartonnen doos naar zich toe te schuiven.
“Hè, verdikkie!” moppert ze.“Oma, ík zou toch de gevaarlijke dingen doen?!”
Hij pakt haar vast en helpt haar om weer omlaag te komen. “Ik dacht dat ik er wel bij kon!” zegt ze wat bedremmeld.
Hij springt lenig op het trapje, pakt de doos, en zet hem vervolgens met een bons op de grond. “Poeh! Zwaar!“ roept hij.“Dat zijn oude brieven die ik ooit van mijn moeder kreeg.” vertelt Maria, als ze samen koffie drinken en hun biscuitjes erin dopen.
Zonder schroom trekt de jongen de doos open. Het opstuivende stof vliegt hem blijkbaar even aan, maar hij pakt geroutineerd zijn astmapufje. Als hij in de doos tuurt, kijkt hij Maria stomverbaasd aan, hij gelooft z’n ogen niet, zó veel enveloppen.
“Hè..? Waarom bewaart u dit allemaal? ‘t Kan toch wel bij het oud papier?!”
Maria glimlacht, de jongen heeft waarschijnlijk nog nooit een brief gekregen.
“Laten we er allebei één brief of kaart uit halen!” stelt ze voor.
Deze brieven kreeg ze van haar moeder toen ze als kind in het astmacentrum woonde.
Er zijn ook ansichtkaarten bij die ze zelf destijds naar huis mocht sturen.
Ze pakt een kaart en probeert het kinderhandschrift te ontcijferen. Ze leest het hardop voor: “Mijn vriendinnetje Hennie was gister jarig. Ze kreeg een pop met een bedje” stond er.“
Ha ha, een pop! Hoe oud waren Hennie en u dan toen?”“Zeven.” Bas kijkt even verbaasd op. Je ziet dat hij zich verwondert: zijn oma een klein meisje van zeven jaar, wat een gek idee.
Best zielig, ook. Maar hij zwijgt.
Dan houdt hij een envelop omhoog met de kenmerkende krulletters van Maria’s moeder.
“Moet u zien, Oma, in 1961 kostte een postzegel maar 20 cent! Weet u hoe duur die nu zijn? €1,40! Dat zei Pa laatst.”
“Ik hou het niet meer bij, Bas. Er staat nu alleen een 1 op.” “En, wow, helemaal met de hand geschreven, wat apart! Had ze geen computer of zou de printer kapot geweest zijn of zo?” “Welnee, jochie, zo ging dat toen. Er waren nog geen computers of mobieltjes uitgevonden.”
Bas leest moeizaam een stukje voor uit ‘zijn’ brief van de moeder van Maria, zijn overgrootmoeder. “Vanmiddag heeft de kolenboer weer kolen gebracht. Er was een zwart gruisspoor van de deur naar de balkonkast, dus ik moest flink poetsen” schreef ze.
Hij kijkt verbaasd op “Kolen, dat zijn toch van die ronde groentes?!
Maria probeert het zo goed mogelijk uit te leggen: “Vroeger waren er andere kolen, niet die groente maar zwarte steenachtige brandstof. Later kwam ook olie, gas, en elektriciteit” O ja, zoiets had hij op school ook weleens gehoord.
Maar er is nóg iets dat hij zich afvraagt. Er staat een zorgelijke frons op zijn gezicht.
“U heeft dus ook astma, oma, net als ik. Waarom hoefde ik dan niet naar zo’n centrum?”
Maria woelt even door zijn haar. Ze is zo blij dat dat lot hem bespaard is gebleven…
“Ik heb daar twee jaar gewoond om wat beter te worden en oefeningen te leren. Tussen allemaal andere kinderen. Zonder mijn familie. Dat viel niet mee. Maar die astmacentra zijn er nu niet meer. Gelukkig zijn er ondertussen veel nieuwe medicijnen. Pufjes zoals jij hebt waren er toen nog niet.”
“Oké, vét! Dat is goed om te weten. Zullen we dan nu verder gaan met opruimen? Ik zag achterin de kast ook een oude Playstation staan, van Pa, volgens mij. Mét spelletjes!”
Jean Wartena, schrijfgroep, maart 2026






Opmerkingen