Toch nog op vakantie...

Bijgewerkt: mei 6


Normaal gesproken barst vanaf de tijd na Pasen, in april/mei, de massale uittocht naar diverse Europese gebieden of andere continenten los. Nu is dat allemaal volstrekt onmogelijk. Goede aanleiding om eens terug te kijken naar vroeger tijden.


Al in de oudheid en middeleeuwen reisden velen als pelgrims naar Jerusalem, Rome of Compostella. Talloze geleerden waren op weg naar de oude kloosters en latere universiteiten zoals die in Bologna, Parijs en Leuven.

In de 17de en 18de eeuw waren het met name adellijke zonen en jongelui uit de beter gefortuneerde klassen die weken of maanden hun ‘Grand Tour’ naar Frankrijk of Italië maakten, die langs alle attracties reisden, die je gezien moest hebben.


Vaak hield men een reisverslag bij of reisde er iemand mee om alles op tekeningen vast te leggen. Reizen gebeurde toen per koets of boot, en was zeker niet zonder risico’s, ontberingen en gevaren.

Doorgaans was er sprake van een combinatie van educatie en recreatie; men was in ieder geval op zoek naar avontuur, iets nieuws, men wilde zijn grenzen verleggen, zichzelf ontdekken.


Bij weer en wind op pad, langs soms primitieve herbergen, ondanks ongemak of vlooien, men wilde die oude tempels en ruïnes, de opgravingen in Pompeï met eigen ogen zien. Het was zeker een trage manier van reizen, avontuurlijk, met weinig comfort, in vergelijking met het hedendaagse, comfortabele rondtrekken.


Er zijn in de voorbije periode nogal wat exposities en studies aan het fenomeen van de Grand Tour gewijd. Zo hebben we kennis kunnen nemen van de tekeningen en aquarellen van Louis Ducros (Rijksmuseum, 1986), een kunstenaar uit Zwitserland, die met een vijftal heren mee mocht reizen. In 1995/96 wijdde de Tate Gallery in Londen een tentoonstelling aan de Grand Tour van vooral welgestelde Engelse jongelui, die ook talrijke souvenirs meebrachten van hun reis, of verhalen van de eventuele amoureuze avontuurtjes, die men had meegemaakt.


Museum Meermanno-Westreenianum (nu: Museum Meermanno | Huis van het boek) in Den Haag presenteerde in 2002/2003 de Grand Tour van vader en zoon, die deels ook materiaal opleverde voor de latere collectie van het huidige museum. Daarnaast zijn er, uiteraard beroemde, vroegere voorbeelden van zo'n Italienische Reise, van Goethe, die in de prachtige tekening van J.H.W. Tischbein in Rome lezend is vastgelegd.


Ook al in vroeger tijd reisde men aan de hand van kaarten en reisgidsen voor de vorm van archeologisch toerisme (denk aan Herculaneum, 1738 en Pompeï, 1748). Uiteraard hadden ook kunstenaars uit Italië zelf, zoals Piranesi en Canaletto, al in de gaten, dat met schetsen of tekeningen veel geld te verdienen was. Toch was het aardige van deze oude manier van reizen dat er nog sprake was van een zekere rite de passage van deze jonge heren, dat men heel intensief reisde in plaats van het huidige uiterst vluchtige alles vastleggen met de camera, waardoor men nauwelijks aan echt kijken toekomt, tot men thuis nog eens ‘terugkijkt’.


Vanzelfsprekend gold ook toen, net als op dit moment, dat velen toch eerder op ontdekkingsreis in eigen land, of Duitsland en Zwitserland, gingen.


Ik wens u allen een goede vakantie.


Karel .J. Hupperetz

9 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven