top of page

Herfstkoorts



Eens in de maand komt in de Dickens Room van ‘t Clockhuys de Schrijfgroep bijeen.

Hieronder een verhaal van één van de deelnemers.

Herfstkoorts (Opdracht: Beschrijf iemand die ‘bezeten’ is)


Mijn mooiste jurk, die gele met de roosjes en het net acceptabele decolleté, rits ik dicht. Ikben er klaar voor, kom maar op!

“Vlinder, vlinder, wat maak je me blij!” roep ik door de woonkamer. Natuurlijk weet ik best

dat het Tinder heet, maar dat is saai. Saai, want mijn hele lichaam vibreert van hoop en zelfs

beginnende verliefdheid. Peter-Paul Lindeboom, zo’n prachtige romantische naam. En hij

houdt ook van tuinieren en de natuur. Van vogels en bloemen. Over een paar uur zie ik hem

in levende lijve!


Ik stap de Tuinsuper aan de Dorpsstraat in, wat een heerlijke zaak. Ik geef het metalen

poortje een flinke duw en sta meteen stil. Mijn hoofd tintelt, ik neem een flinke hap lucht.

Met open mond kijk ik om me heen en geniet. Hier is het - de kleurige wereld van bloemen,

planten, geschikte boeketten en geuren. En dat in de herfst, eigenlijk het seizoen van dood

en bederf. Niet voor mij, want ik, ik leef! Ik leef écht!

Kijk, dáár, bolchrysanten in betoverende kleuren. Terwijl ik met m’n vingers over de

bloemblaadjes strijk borrelt er een lied in m’n hart omhoog, en ben ik uit volle borst aan het

zingen. Ik drijf weg en ben in gedachten in de kas van mijn opa. “Edelweiss, edelweiss, every

morning you greet me…” Zijn favoriete film was de Sound of Music, hij kende al die prachtige

melodieën. En zong ze met mij. “Small and white, clean and bright..” Wat een geluk dat ik zo

mooi kan zingen! Ik zie een eindje verderop wat mensen mijn kant uit loeren, ik glimlach

naar ze, door mijn noten heen. Zo te zien genieten ze van mijn stem. “You look happy to

meet me.” Genietend aai ik over de verschillend gekleurde bollen, wit, geel, oranje, roze,

paars. Ik zwaai met m’n heupen heen en weer op de muziek in mijn hoofd. Oei! Daar valt

een takje. En daar liggen wat neergedwarrelde bloemblaadjes… Ach, nou ja, dat groeit wel

weer aan. Ik moet kiezen, want de potten passen niet allemaal in mijn kar.


Kijk nou, daar komt een heuse tuinman, winkelbediende, hoe heet zo iemand. Best een

knappert. “The hills are alive..” Ik kan niet stoppen, de muziek blijft maar uit mijn mond naar

buiten stromen. Ik zie heus wel dat hij me aan wil spreken, maar ik kan niet ophouden.

“Mevrouw, u stoort ontzettend!!” Hij kijkt me verstoord aan en pakt z’n telefoon. Ik kies

ondertussen de lichtpaarse bloemen en til de pot van de tafel. O ja, die gele zijn ook heel

vrolijk en die witte zijn echt beeldschoon. Wauw, echt zwaar, ik wankel even. Dit leidt me

naar een heel ander deuntje. “Ay, ay, ay, ay - waar blijft Maria?..” Ik laat me echt niet van de

wijs brengen, al komt er opeens een dame bij ons staan. Ik zing door. Misschien heet ze wel

écht Maria, die gezellige dikkerd die me gebiologeerd aankijkt, gaat nog door me heen,

want ja, nu staan ze met z’n tweeën te smiespelen. Beiden in zo’n geel met groen jasje van

de zaak. Zij pakt mijn kar en verdwijnt ermee in de richting van de kassa’s. Hij grijpt me vast

onder mijn oksels en leidt me daar achteraan. Terwijl ik giebelend vooruitgeduwd word,

graai ik nog naar wat kandelaars en kaarsen en kwak ze in de kar. O, daar, nog zo’n kleurig

kussen. Echt romantisch! En weer borrelt er een lied in mij op “Ach, was ik maar bij moeder thuis gebleven!..” Waarom kijken die mensen zo gechoqueerd, dit is toch een superkomische situatie?! Terwijl ik gewoon doorzing knik ik ze allemaal toe. “Ik kan niet slapen en

niet eten, want ik kan je niet vergeten..”


Bij de kassa kiep ik de inhoud van mijn tas op de lopende band – aspirines, zakdoekjes,

telefoon, lippenstift… Ah, daar is mijn portemonnee! Ik peuter m’n betaalpas tevoorschijn en

hou het op de scanner. Ik voel het, de mensen om me heen houden hun adem in. Ik weet

wat ze denken.. “Dat kan ze vast niet betalen!” Het duurt even. Dan lees ik “akkoord” op de

display. Ik pak de kar vast, terwijl ik jubelend “O, wat ben je mooi!“ zing. Blijkbaar

vertrouwen ze me nog niet helemaal, want de knappert en Maria sluipen nog voorzichtig

achter me aan. Met z’n hand lichtjes op mijn rug duwt hij me naar buiten.

Even val ik stil. Waar heb ik de auto gelaten? Ik kijk de parkeerplaats op en neer, dan

realiseer ik me opeens dat ik op de fiets ben. Geen probleem, dan loop ik toch naar huis met

de kar. ’t Is hooguit een kilometer, bedenk ik me. Die fiets laat ik hier wel even staan. En het

is een prachtige herfstdag. Mijn geluksgevoel overspoelt me weer. “En van je hela, hola,

houdt er de moed maar in…”


Bij de voordeur staat een flinke man met een bos donkere krullen. Hij kijkt me aan en

grinnikt. Dan helpt hij me de spullen naar binnen te dragen.

Hij is het echt – Peter-Paul Lindeboom, een droom komt uit.


Jean Wartena, 18/10/2023



Reacties kunt u sturen naar jeanschrijft@gmail.com


28 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page