Rainer Maria Rilke (1875-1926), deel 1

Rilke behoort in de Duitse Literatuur van de eeuwwisseling 1900 als dichter/auteur tot de belangrijke vertegenwoordigers. Naast veel tijdgenoten gold voor hem dat zijn blik op de realiteit open stond voor wat hij “das Offene” noemde of de “Weltinnenraum”, de ontdekking van de grote samenhang der dingen.
Hij speelde door zijn vele contacten met bevriende auteurs een herkenbare rol in de Literatuur in Duitsland en Oostenrijk.
Het was voor mij onontkoombaar een blog in twee afleveringen te wijden aan deze belangrijke schrijver. 2026 kunnen we terecht een Rilke-Jaar noemen . Hij werd geboren op 4 december 1875 en is overleden op 29 december 1926. In feite gaat het om een relatief kort leven van
51 jaren vol wisselingen en variaties.
Vanaf zijn geboorte in Praag als Renè (met 6 voornamen) werd hij, aangezien een eerder kind heel vroeg overleed, door zijn moeder als meisje opgevoed. In Praag bezocht hij de lagere school en vervolgens kwam hij als volstrekte tegenpool terecht in militaire opleidingen (1886-1891).
In 1885, 10 jaar oud, scheidden zijn ouders. Daarna volgden twee jaren bij de Handelsacademie in Linz en bezocht hij 3 jaar de middelbare school op weg naar het eindexamen (1892-1895).
Een heel bijzondere periode volgde, zo’n 20 jaar, waar hooguit in 1891 zijn eerste gedicht verscheen en in 1894 /95 de vroegste gedichtenbundels, waarin iets van de latere dichter/schrijver naar voren kwam.
Je zou kunnen zeggen dat Rilke pas wat tot bloei kwam na die kinderjaren en jeugd, vanaf het bezoek aan de Universiteit van Praag en München 1895-1897).
De vroege fase is een zeer opvallende start met elkaar nogal tegensprekende elementen. Hij had dus een relatief laat begin als auteur, als prille twintiger, wat dan in de andere levenshelft uitgroeide tot een zeer omvangrijk literair oeuvre, tot een zeer groot aantal reizen, tot contacten, vriendschappen en affaires.
Het interessante is dat we de wat ongrijpbare schrijver misschien kunnen leren kennen door de grote hoeveelheid, foto’s , portretten etc. , zijn eigen tekeningen, in een uitgave zo’n 384 pag.
In 1879, een vroege foto in meisjeskleding en een paar jaar later als militair, foto’s van moeder en zoon, vader en zoon.
Tijdens de tweede Rusland reis maakte Leonid Pasternak, de vader van de latere schrijver, een tekening van Rilke. Zijn echtgenote Clara Westhoff, beeldhouwster, gaf hem weer in meerdere bustes uit verschillende fasen en we hebben o.a. een zelfportret uit 1887 naast tekeningen van anderen als Balthus, Lasard en ga zo maar door.
Rilke was een schrijver , die zichzelf telkens opnieuw wist uit te vinden in een combinatie van angst en onzekerheid, de confrontatie met de afgrond in zichzelf, de samenleving de tijd.
Soms echter stuiten we op uitspraken als : “Hiersein ist herrlich” in de Duineser Elegien van 1923. Hoe dan ook, het leverde een groot oeuvre op, alleen al als je kijkt naar de becommentarieerde editie van 1996, vier delen en 1248 pag., en de grote serie brieven en dagboeken uit de verschillende periodes van zijn leven.
Moeizaam leerde hij de twijfels te omarmen, houvast te vinden en tot wasdom te komen.
In de loop van de tijd ontdekte hij dat alles met alles verbonden is en bezield is. Uiteindelijk was hij altijd bezig met zijn kunst, zijn schrijverschap, zelfs ten koste van vriendschap of gezin.
Naast de vele gedichtenbundels de essays, de voordrachten, de brieven gaat het om een breed oeuvre vol variaties. In mijn perspectief is Rilke geen man voor een “echte relatie”, voor een zich binden,afgezien van zijn huwelijk met Clara Westhoff,
De talrijke relaties met partners, vrienden , maecenassen, contacten vol bekommernis, zijn maar zelden langdurig.
In zijn gedichten komen talloze thema’s aan bod zoals droom, natuur, liefde, religie, dood en uiteraard verschillende accenten zoals het neo-romantische begin. Zijn latere werk is veel concreter en realistischer. Ook zij er grote verschillen qua productie: nu eens een explosie zoals op 22. 9.1899 waar 13 gedichten op een dag tot stand komen met daarnaast fasen van stilstand, Denk aan de sonnetten van Orpheus : tussen 2 en 22 februari 55 sonnetten, daarna 4 jaar rust.
Rilke beschouwt zichzelf als de vertolker van een innerlijke stem, bijna alsof de tekst door een ander wordt gedicteerd, maar tegelijkertijd altijd van een grote intensiteit. Mijn overtuiging is, dat een analyse van zijn poëtisch werk alleen mogelijk is in verband met de geschiedenis van de gedichten, waarvoor je uitvoerig de dagboeken of correspondentie er bij moet betrekken.
Na de vroege fase volgden 25 jaren van voortdurende veranderingen, van grote openheid, van zijn specifieke esthetische houding. Al vroeg dacht hij te weten dat hij iets bijzonders was.
Hij zag zichzelf als een vroegrijp man, als een uitverkorene, als taalvirtuoos. En toch bleef hij deels een buitenstaander, altijd op zoek naar zichzelf, zijn positie ten opzichte van zijn werk en de omgeving. Al in de vroege tijd noteerde hij met een zekere arrogantie: “bin ganz Literat, etwas besonderes”.
Afgezien van zijn eigen talent vond hij zijn leven lang mensen die hem mentaal of financieel ondersteunden, zoals vanaf 1905 zijn uitgever Anton Kippenberg. Het was ook een leven van reizen van Italie tot Scandinavië, van Rusland tot Zwitserland, langs talloze locaties waar hij verbleef soms korter soms langer. Maar ondanks al die contacten en verblijfplaatsen ging Rilke toch relatief eenzaam door deze wereld, met een zekere rusteloosheid. Het was een zoektocht naar zelfontplooiing, naar het realiseren van de eigen mogelijkheden.
Karel Hupperetz







Opmerkingen