top of page

Een wereld vol rampen


Sinds Corona in februari 2020 is er enorm veel onderzoek gedaan naar voorbeelden uit het verre verleden,door middel van boeken , exposities en beeldmateriaal. Dat betrof de Pest tussen de 14de en 18 de eeuw, Cholera in de 19de eeuw en de Spaanse Griep 1918/1919.


Inmiddels is dit onderzoek uitgebreid naar rampen in het algemeen.


Twee voorbeelden in deze zijn Lotte Jensen (Hoogleraar Nederlandse Literatuur en Cultuurgeschiedenis) met: Rampen, een nieuwe geschiedenis van Nederland, Prometheus, 2004 ,  Wij en het water, Bezige Bij, 2022 en Berthold Gersons: Als  een ramp ons raakt, Balans, 2004.  Zo’n geschiedschrijving maakt deel uit van ons culturele en historische erfgoed vanaf de

St. Elisabethsvloed van 1421. Ook het Noorden werd met regelmaat getroffen zoals bij de Damianusvloed van 1509 en de St. Maartensvloed van 1686. In onze eigen tijd herinnert vrijwel iedereen zich de Watersnood van 1953, hoe in Oktober 1992 in de Bijlmer een Boeing van El-Al zich in de flat boorde, hoe in Enschede bij de ontploffing van de vuurwerkfabriek een compleet stadsdeel werd weggevaagd, of de brand in de Nieuwjaarsnacht in Volendam en de vliegtuigramp van de MH17 boven Oekraïne.


In de historische context weet iedereen wel iets van de aardbeving, overstromingen en brand op 1 November 1775 in Lissabon, waarbij tienduizenden doden vielen. Het is zeker geen toeval dat de Huizinga-Lezing van Beatrice de Graaf in 2024 als titel had: Wij zijn de tijden, geschiedenis in Crisistijd. In Onze mondiale wereld van globalisering lijken de risico’s onbeheersbaar in de huidige catastrofe maatschappij.


In vroeger tijd werd het nieuws van zo’n ramp mondeling verspreid door beroepszangers op een bankje/verhoging op de markt via beeld en liederen. Uiteraard werden door mensen, die het hadden overleefd, nog lange tijd na een ramp de verhalen doorgegeven aan latere generaties. Men kon ook door landkaarten in musea kennis maken met bijvoorbeeld de kaart van het verdronken Reiderland, het Dollard- gebied tussen Delfzijl/Termunten en Emden. 

Zo kon men zich nog een beeld vormen van de omvang waarbij honderden mensen en veel vee  verdronken, kerken, huizen, stallen werden weggevaagd en meegesleurd. Ook leden van het Groninger landschap zijn tot in onze tijd betrokken als gidsen bij dit soort historisch erfgoed. Tijdens die vloedgolf in 1509 werden in dat Reiderland tientallen dorpen door het water opgeslokt


Bepaalde reacties zijn in de loop van de tijd min of meer gelijk  gebleven. Rampen werden vaak gezien als voorbeeld van Gods toorn, als straf van God wegens weerzin tegen Gods voorzienigheid of als gevolg van zondig leven.

Vaak leidde de ramp tot een versterking van de saamhorigheid, solidariteit, een wij-gevoel.

Het versterkte de nationale gevoelens en saamhorigheid, er werd geld en goederen opgehaald. Van belang is ook de vaak onvoorstelbare veerkracht van de overlevenden.


Men was nog maar nauwelijks bijgekomen van de ramp in 1509 toen in1570 de Allerheilgen-stormvloed vernietigend toesloeg aan de waddenkust van Friesland en Groningen. Nadat  de dijken doorbraken zag men complete woningen voorbij drijven en startte de vlucht naar de terpen of klom men in bomen.  Op het eind van de avond werd de rand van de stad bereikt en begon de zoektocht naar drenkelingen. De klokken luiden als vorm van hulp voor schippers.

De gevolgen waren een groot tekort aan voedsel en brandstof en het was extreem koud.

Het moet om duizenden doden zijn gegaan tot ver in Ost-Friesland. Het resultaat was onvruchtbare grond, verdronken vee en plunderingen.

Die Allerheiligenvloed was zeker een van de zwaarste watersnoodrampen in het Noord-Nederlandse kustgebied en wat restte was wat later het verdronken land van Saeftinghe ging heten.


In onze tijd is er nogal wat commotie rond het dorp Moerdijk met z’n 1100 inwoners, die worden geofferd voor uitbreiding van de haven en het Industriegebied. Recent was de tv-serie onder leiding van Huub Stapel over Schokland te zien, waar ooit dorpen verdwenen. Maar zeker was de ontreddering en verwoesting in 1570 aanzienlijk omvangrijker. Gelukkig is die periode, dat de bevolking door kanonschoten werd gewaarschuwd voor opkomend water en dijkbreuken al lang voorbij.


Bij mijn zoektocht naar materiaal rond vroegere rampen, kwam ik wel meerder keren een apart fenomeen tegen. Regelmatig zag ik op oude gravures in het water een wiegje met een pas geboren kindje voorbij komen. Het bijbelse verhaal rond Mozes in een wiegje was voor de gelovigen van die oude tijd bekend zoals blijkt uit een gravure rond de watersnood in 1686 in Groningen. Maar overal rond de kust in ons land was vaak “een droevigh beklach” te horen .

Het is maar goed , dat juist de Zeeuwen al vanaf de tijd van de 80 -jarige oorlog hun “Luctor et emergo “hebben uitgevonden.

 

Karel Hupperetz

 
 
 

Opmerkingen


© 2020  Geboekt in Haren.   Ontwerp: Jeannette Ensing Groningen  Foto's achtergrond: Bob de Vries @ 2020

bottom of page