top of page

Een melancholieke afsluiting



Soms bekruipt me het gevoel dat we in een tijd zijn beland, waar nogal wat mensen een sombere kijk op de ontwikkelingen en samenleving hebben. Dat proces verloopt van weemoed via melancholie tot depressie. Het leek de moeite waard daar wat verder op in te gaan.


Melancholie is een heel oud fenomeen, dat al uitvoerig beschreven werd door Grieken als Theophrastos van Lesbos, Hippokrates en Galenos. Zij ontwikkelden de zogenaamde temperamentenleer. Daarbij ging het om de juiste verhouding tussen de lichaamssappen: bloed, slijm, zwarte gal (melainchole). Op grond daarvan kwamen zij tot zoiets als een karakterleer: de sanguinicus, de cholericus, de flegmaticus en de melancholicus .

Een ander begrip voor de temperamenten was de ā€œHumoresā€,Ā  de humoraal-pathologie.

Ook daarbij ontstonden op basis van die levenssappen oordelen over mensen als opvliegend, traag, toornig of zwartgallig/melancholiek. Dit alles hield vervolgens ook verband met de invloed van sterren, planeten of seizoenen, zoals de relatie tussen Saturnus en melancholie.

Anderen gingen uit van een verband met de vier elementen: water, aarde, lucht en vuur. Het ging er in feite om jezelf zulke aandoeningen van het lijf te houden.


Ā Onze bekende Gerrit Komrij (1944-2012) kwam in 1989, naast veel andere publicaties, met een boek: Humeuren en Temperamenten. Na de Grieken publiceerde de Engelse theoloog Robert Burton (1577-1640 ), verbonden aan het Christ Church College in Oxfor, zijn speurtocht naar melancholie: Anatomy of melancholy (1621 en latere edities).

Vervolgens werd dit boek aangevuld met onderzoek naar bepaalde perioden als de Verlichting (Hans Jürgen Schings) of Sturm und Drang (Gerd Mattenklott 1961)  en in 1988 met de studie van de Hongaarse cultuurfilosoof Laslo Foldenyi (Matthes/Seitz, München,1988, 371 pag.) .


Voor mij persoonlijk was vooral de essaybundel van de filosofe Joke Hermsen (1961): De melancholie van de onrustĀ  (2017, 155 pag. verschenen in de Maand van de Filosofie ) een belangrijke inspiratie voor deze overwegingen. Hermsen schetst daar uitvoerig dit cultuurhistorische fenomeen enĀ  geeft talloze verwijzingen naar haar favoriete auteurs uitĀ Ā  vroegere essaybundels, zoals Bergson, Hannah Arendt , Lou Andreas -Salome.

Met name in de inleidende hoofdstukken schetst ze voor de lezer een helder beeld van de lange geschiedenis van dit fenomeen.  Bekend was al vroeg het verschijnsel van de melancholie op indrukwekkende wijze verbeeld door de beroemde gravure uit 1514 van Albrecht Dürer  in Nürnberg : Melancolia.

Er is sindsdien vrijwel geen kunsthistoricus die zich niet heeft gestort op een mogelijke interpretatie van deze gravure, ontstaan in het jaar van het overlijden van Dürers moeder in in 1514. Het was bepaald geen toeval dat in 2005 in het Grand Palais in Parijs en later in 2006 in de National Galerie in Berlijn een expositie met zo’n 300 werken was gewijd aan de melancholie , gecombineerd met een omvangrijke catalogus.


Het is ook geen toeval dat in 1988 bij uitgever Artemis in Zürich een nieuwe editie in 352 pag. verscheen van Robert Burtons: Anatomie der Melancholie, Über die Allgegenwärtigkeit der Schwermut, ihre Ursachen und Symptome, sowie die Kunst es mit ihr auszuhalten.

De Duitse krant , die ZeitĀ  publiceerde in dat verband een hele pagina uit Burtons boek. Daarbij ging die afdruk vooral er om, dat geleerden / wetenschappers vaak slachtoffer werden van melancholie.Ā 

Een Amerikaanse Anglist, Eric Wilson deed het omvangrijke werk Burton in 2008 nog eens over: Ode aan Melancholie.Ā  Hij wijst op onze voortdurende jacht opĀ  geluk en houdt een pleidooi voor kwetsbaarheid tegen de snelle oppervlakkigheid, tegen een samenleving, die het spoor bijster is.


Zo blijft uiteraard toch staan dat door een storing in de sappen-huishouding een noodzakelijk evenwicht wegvalt en dat we moeten zoeken naar een ā€œtherapieā€ tegen de zwartgalligheid, zodat alles weer normaal gaat stromen. Wandelen wordt als anti-depressivum vaakĀ  genoemd. het je niet langer bezig houden met onbelangrijke zaken. Niet voor niets zei de oude Seneca al: beter iets doen dan niets (aliud agere, quam nihil).Ā 

Het is zeker goed, je niet te laten opslokken door de schijn, de oppervlakte, om zo los te komen van de vaak verlammende treurnis, die in het huidige jargon een bipolaire stoornisĀ  voorĀ  zo’n tweeslachtigheid heet. Spleen, Weltschmerz, depressie, Schwermut, zijn hoe diffuus ook van alle tijden.Ā  Een vroegere Groningse collega , Maarten van Buuren, hield in oktober1989 in Utrecht zijn inaugurele rede als hoogleraar Moderne Letterkunde : Rede over literatuur en temperament.


In de literatuur bieden de temperamenten materiaal voor een psychologische typologie, voor de opbouw van een conflict, verhaallijn of intriges. Interessant in dit verband is een groot artikel in de Volkskrant (18 .7 .2025) n.a.v. een tentoonstelling van Fiona Tan. Zij mocht in het Rijksmuseum, geheel vrij een expositie samenstellen en koos als thema: Raadsel van de geest en de 19deĀ eeuwse blikĀ  daarop.Ā  Zij had tien ruimtes ter beschikking om uit de de grote verzameling van het museum te kiezen. Op haar eigen manier presenteerde zij een speurtocht naar geestelijk lijden in de 19de eeuw, hetĀ  begin van de latere psychiatrie. Zij wijddeĀ een zaal aan melancholie d.m.v. kunstwerken, objecten en brieven. Haar onderzoek richtte zich vooral op de positie van vrouwen in die periode, de machteloosheid, rechtenloosheid.Ā  Zij liet zien hoe verregaand de samenleving psychische problemen kan veroorzaken. Kortom, een beeldende bijdrage aan de kwetsbaarheid van de ziel, de menselijke geest.


Ik verwijs de lezer tot slot op een mooie recensie van de kunstkenner Wieteke van Zeil (Volkskrant 17 .6. 2024)Ā  n.a.v een muzikale compositie Melencholie van MuntendorfĀ  in het kader van het Holland Festival.

Ā 

Karel Hupperetz.

P.S Mijn wens voor u voor een goed nieuw jaar 2026

Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


© 2020  Geboekt in Haren.   Ontwerp: Jeannette Ensing Groningen  Foto's achtergrond: Bob de Vries @ 2020

bottom of page