Een lofzang op het Boek (IV)

Bijgewerkt op: 7 jan.


Van Boekenwurm tot Bibliofiel


In 1665 verscheen van de hand van Robert Hooke het boek met de titel: Book-Worm, ook bekend als Micrographia. Achteraf was dat het begin van de zogenaamde Vermiologie (vermis=worm), de wetenschap van insecten. Al in de Grieks-Romeinse oudheid zijn verhalen bekend over de beestjes, die zich aan boekrollen en perkament tegoed deden. Ook sinds de uitvinding van de boekdrukkunst, sinds Gutenberg, zijn er schadelijke diertjes, die zich net als Rupsje Nooitgenoeg, door boeken heen vreten.


Voor zover ik kan nagaan was de Duitse schrijver G.E. Lessing (althans volgens het oude Woordenboek van de Gebroeders Grimm) de eerste die in de Komedie: Der junge Gelehrte, 1748, de sprong van de dierenwereld naar de mensenwereld maakte. Zo belandde de boekenwurm in de cultuurgeschiedenis. Latere namen van die hartstochtelijke lezers zijn: de Philobiblon, de Bibliomaan en de Bibliofiel. Sinds de toename van de literaire productie in de 17de en 18de eeuw kan men talloze waarschuwingen vinden tegen deze ziekte, de manie van veel lezers, die boeken verslinden. Vanaf 1912 verscheen in de boekenstad Leipzig een maandelijks tijdschrift voor de vrienden van het boek met de titel: Der Bücherwurm. De Duitse schilder Carl Spitzweg maakte ooit het beroemde portret van een man op een ladder voor een boekenwand: Der Bücherwurm.


Het gaat in deze aflevering om de verbazingwekkende boekencollecties van kenners en verzamelaars waarover in 2010 van Piet J. Buijnsters het boek verscheen: De geschiedenis van de Nederlandse Bibliofilie (Van Tilt, 512 pag.). Van veel van mijn vrienden en oud-collega's ken ik doorgaans slechts een fractie van hun boekenbezit, of het is er nooit van gekomen hun collectie te zien. Zo weten wij dat de veiling in drie sessies van de enorme bibliotheek van Boudewijn Büch (overleden in 2002) aan de Keizersgracht zo'n 149 miljoen euro opbracht.

Ik had vaak de onvervulbare wens een kijkje te nemen in de privébibliotheek van favoriete auteurs. Zo leefde ik dan ook op, toen ik las dat de 44.000 boeken uit het bezit van Umberto Eco (1932-2016) een plek zullen vinden in zijn oude Universiteit van Bologna. Volgens een persbericht worden ze net zo gecatalogiseerd en gerangschikt als in zijn huis in Milaan, met onder andere de twintig meter lange boekenkast in de gang.

Verder wordt er een digitaal archief aangelegd van het commentaar van Eco bij die boeken.

We weten dat Eco ook een gigantische collectie bezat van zo'n 1200 bijzondere boeken, vroege drukken, incunabelen, die volgens een bericht van 2 juli 2021 naar de Nationale Bibliotheek van Milaan worden overgebracht.


Heel af en toe gunt een krant of tijdschrift ons een kijkje in het boekenbezit van anderen. De Volkskrant publiceerde op 29 mei van dit jaar een foto van A.F.Th. van der Heyden in zijn bibliotheek met een boekenkast tot aan het plafond, compleet met ladder.

Ik herinner mij verder een fraai artikel met indrukwekkende foto's van het boeken ‘palazzo’ van priester/ historicus Antoine Bodar in januari of februari 2015. Het geeft een inkijkje in zijn huis in Amsterdam of Rome, dat jezelf nooit zult betreden.

In mei 2010 ging de collectie van Kees Fens (1929-2008) onder de hamer. Gelukkig was er een paar jaar gewerkt aan een omschrijving van de collectie van deze beroemde literaire criticus / hoogleraar. Vanaf 2014 is het boekenbezit van Fens via een digitale bibliotheek beschikbaar. Overigens is zijn lange inzet voor de literatuur in brede zin ook na te lezen in de voortreffelijke biografie van Wiel Kusters: Mijn versnipperd bestaan, het leven van Kees Fens 1929-2008 (Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2014, 512 pag.).

De literatuurwetenschapper George Steiner, die als geen ander de Europese literatuur vanaf de Griekse oudheid tot in onze tijd overzag, schreef: Errata, een leven in onderzoek, autobiografie (Meulenhoff Boekerij, Amsterdam, 1997, 206 pag.). Ik herinner mij ook nog heel goed de melding van de verhuizing van Joost Zwagerman in februari 2012 met zo'n 160 meter boeken.


Heel incidenteel verschijnt er een boek, waarin de bibliotheek van een van mijn favorieten wordt gepresenteerd. Ik noem als voorbeeld: Bücherwelten, von Menschen und Bibliotheken, (Hildesheim, 1999, 255 pag.). Daarin staat op pag. 202 / 203 een grote foto van Cees Nooteboom in zijn kamer in zijn huis in Amsterdam, van een formaat, dat je de titels en auteurs kunt lezen. Volgens dit ‘portret’ van Nooteboom weet hijzelf niet hoe groot zijn boekenbezit is.


Alberto Manguel is voorzover ik weet een van de weinigen, die zijn eigen collectie uitvoerig heeft beschreven. Deze polyglot en belezen erudiet uit 1948 streek ooit neer in een klein Frans gehucht, in een oude pastorie in de Poitou met z'n 30.000 boeken. Het boek De bibliotheek bij nacht (Ambo, 2007, 336 pag.) is zoals al zijn overige publicaties, in de lijn van Rabelais, een oproep: ‘Lysce que voudra, waarbij het gaat om het genot en plezier van het lezen, de opvatting, dat het lezen ons bestaan kleurt.


Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan rond kenners en critici en hun boekenbezit. Misschien tot slot nog een melding uit april 2012. Toen belandde het oudste boek van Europa, het Evangelie van Cuthbert uit de 7de eeuw, ooit in 1104 ontdekt in een grafkist in Durham Cathedral, voor 10,8 miljoen euro in de British Library, de Nationale Bibliotheek van Groot-Brittannië. Wat een geluk voor het culturele erfgoed.


Karel Huppertz


Naschrift: De illustratie toont het omslag van een wereldberoemd boek met de 'liefdesbrieven' over boeken van een boekenliefhebber en trouwe klant en een boekverkoper.


8 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven