De oudste Nederlandse tekst

De oudste tekst werd in 1932/1933 gevonden in de Bodleian Library in Oxford. Het ging om een notatie van waarschijnlijk een Westvlaamse Benedictijner monnik in een Engelse abdij.
Hebban olla vogala nestas Hagunnan
Hinase hic enda thu
Wat unbidan we nu
Alle vogels zijn nesten begonnen,
behalve ik en jij
waar wachten we nog op
(in andere vertaling wat verwachten we nu ).,
De voortreffelijke kenner van die vroege periode heeft in de geschiedenis van de Nederlandse Literatuur vanaf het begin tot 1300 ”Stemmen op schrift “(Bakker , Amsterdam 2013, 640 pag.) uitvoerig aandacht besteed aan deze korte tekst.
Uiteraard kreeg deze kleine tekst ook een plek in de Canon van Nederland, Deel B : En toen, pagina 18/19 . Die Canon ( 2006 ) onder supervisie van Frits Oostrom , de auteur van de boven vermelde grote literatuurgeschiedenis, bevat de bekende 50 vensters voor de geschiedenis van ons land.
In de periode dat ik aan de RUG Duits studeerde, was het voor ons onontkoombaar om colleges Gotisch en Oudhoogduits te volgen met de daaraan gekoppelde tentamens. Ik vond dat toen allesbehalve relevant maar heb er wel een bepaalde belangstelling voor die oude voorlopers van talen aan overgehouden. Zo begint de grote studie van Herbert Walz over Duitse Literatuur in de Middeleeuwen (Kindler , München, 1976 ,524 pag.) met een eerste hoofdstuk over de Oudhoogduitse periode (750-1060 ), vanaf Karel de Grote en dan pas de vroege tijd van de Middeleeuwen ( 1060-1170).
Tot mijn grote verbazing koos de auteur voor het slotdeel van de achtdelige Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur,1945-2005 , (Bakker , Amsterdam, 2006, 792 pag.) Hugo Brems als titel :Altijd weer vogels die nesten beginnen.
Voor ingewijden een herkenbare tekst voor veel anderen daarentegen een wat cryptische keuze voor deze publicatie. De studie van Brems (1944), hoogleraar in Leuven, ging al snel van start met een rel naar aanleiding van het feit dat de schrijfster/filosofe Patricia de Martelaere in dit werk ontbrak en dat terwijl beiden ooit een relatie hadden. (voor dit aspect zie de Volkskrant, 3.2.2007 de recensie van Arjan Peters.) De presentatie vond plaats in Breda, in aanwezigheid van Koningin Maxima en de Belgische Prinses Mathilda.
Maar terug naar de Olla Vogola . Al weer een aantal jaren geleden verscheen online het Woordenboek voor het Oudnederlands vanuit het Instituut voor Lexicologie voor de periode 500-1200. Hier zijn fragmenten verzameld vanuit de Bijbelvertalingen van Psalmen, enzovoort , materiaal uit oude kloosters in Vlaanderen en Nederland zoals Munsterbilzen, Egmond, of de Bibliotheek van het klooster St Gallen in Zwitserland. Het betreft een soort combinatie van Oudsaksisch, Oudfries en Oudhoogduits, vaak niet meer dan wat losse zinnen of woorden uit wetsteksten, testamenten en landschenkingen. Alles bij elkaar toch heel veel,
zo’n 350 woorden, ouder dan de Olla vogola.
Een kort voorbeeld : Ec gelobo in got alamehtigen fadaer.
Een soort van doopbelofte. Door de tien jaren van onderzoek voor dit Oudnederlands woordenboek is er nogal wat nieuw en ouder materiaal tevoorschijn gekomen.
Overigens is volgens NRC 19 juni 2024 op grond van recent onderzoek in Oxford, op basis van “sporenonderzoek “ gebleken dat er wellicht in de schrijfwijze die we tot nu aanhielden misschien nog wat te corrigeren is. In ieder geval is bij de Olla Vogola al heel vroeg de “ ik- en wij “discussie gemeld.
Karel Hupperetz







Opmerkingen