Rariteitenkabinet / Wunderkammer
- Karel Hupperetz
- 21 jan
- 3 minuten om te lezen

Eind vorig jaar startte in het Drents Museum de afscheidstentoonstelling van de algemeen directeur Harry Tupan: Microkosmos, de wereld in een Wunderkammer. Deze is nog tot 1 maart te zien.
Het was niet voor het eerst dat het fenomeen van de Wunderkammer / Rariteitenkabinet ter sprake kwam, een fenomeen dat teruggaat tot de 15/16 eeuw.
Zo verscheen in 2020 bij het Belgisch-Nederlands Genootschap voor wetenschap en universiteitsgeschiedenis het Tijdschrift: Wonderkamer. In datzelfde jaar verscheen in Keulen de omvangrijke publicatie, met talrijke foto’s ingeleid door Antonio Paolucci : Wunderkammern ,
356 pag. Eeuwenlang ontstonden met name aan de hoven van machthebbers grote verzamelingen/collecties, waar men curiositeiten uit de wereld van kunst, cultuur, techniek en wetenschap bijeenbracht.
Het ontstaan van zulke collecties hing samen met wat via oude handelsroutes, pelgrimstochten en vooral sinds de grote ontdekkingsreizen naar Europa kwam. Een aparte rol speelden in deze de oude missionarissen, die heel veel materiaal naar ons land brachten, denk aan zo’n fenomeen als het missiemuseum in Limburgse Steyl.
In de latere periode van het Europees kolonialisme werd die oude lijn in alle hevigheid voortgezet, werden landen uitgebuit en volkeren onderworpen. Het had ook zeker te maken met ontwikkelingen in de wetenschap en techniek, waarbij men systematisch zocht naar samenhang in de kosmos. Minstens vanaf de Renaissance vindt men overal in Europa zulke plekken voor de ontdekking van tot dan toe onbekend, exotische materiaal.
In een extreme opsomming ging het om: koralen, schelpen, natuurkundige instrumenten, opgezette dieren, insecten schedels, automaten, mineralen, goud, zilver, edelstenen, munten glaswerk vazen schilderijen en prenten.
De Wonderkamer was een bizarre , curieuze samenhang en wonderlijke wereld in al haar verscheidenheid, vol van kostbare objecten. Men maakte kennis met veelomvattende werelden van mens en natuur. Je zou met de recensie van Eric Bos (DvhN 6.1.2026)kunnen spreken van “stranger things “, van een curiositeitenkabinet van alles wat ontdekkingsreizigers meenamen uit verre streken.
Uit die vroege fase is een interessant voorbeeld de in het Duitse Ost-Friesland geboren Albertus Seba (1665 -1736), een apotheker, die het in ons land tot grote welvaart bracht. Bij hem kwam (thesaurus ) zo’n zeldzame , omvangrijke schatkamer tot stand, die in 1717 werd opgekocht door Tsaar Peter de Grote. Daarna publiceerde Seba een groot werk in 4 delen, deels in Latijn, Nederlands en Frans, met honderden gravures van talloze kunstenaars : Schatrijke Kabinet der voornaamste zeldzaamheden.
Dit alles veranderde vanaf de 18de eeuw. In 1735 publiceerde Linnè zijn “Systema Naturae “ en de Fransman Buffon de encyclopedie der vogels. Men ging op weg naar een andere ordening van het materiaal. Deels door de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en systematisering, deels ook door de grotere rol van het zien en kijken door middel van illustraties. Er kwam een andere manier tot stand om de wereld in haar verscheidenheid in de greep te krijgen in plaats van de vroegere jacht naar exotische, wonderbaarlijke bijzonderheden.
Toch bleef zoiets als de Wonderkamer behouden in veilinghuizen, en het Avro/Tros programma: tussen Kunst en Kitsch.
In de 19 de eeuw namen de musea de oude rol van de wonderkamers over. In de periode van de Franse Revolutie werd het Louvre een nieuw verschijnsel door de toegankelijkheid voor een breed publiek. De nationale kunstcollecties werden chronologisch, overzichtelijk geordend, nauwkeurige datering en classificering. Napoleon droeg er toe bij door de gigantische kunstroof in grote delen van Europa. Hij had daarvoor een specialist in huis, Vivant Denon, de eerste directeur van het Louvre. De Nazi’s volgden dat voorbeeld in de 20st eeuw.
In ons land is het Teylers museum in Haarlem een goed voorbeeld hoe de Wonderkamer overging naar ons oudste museum. Pieter Teyler van der Hulst, (1702-1778), handelaar, bankier, zijdefabrikant, filantroop woonde in de Damstraat 21. Zijn woonhuis werd in 2021 deel van het museum. In 1784 ging daar het museum van start, een combinatie van oud (wonderkamer ) en nieuw 19de eeuws Museum.
Ook de beroemde wereldtentoonstellingen sinds 1851 vormden zo’n vergelijkbare combinatie van oude Wonderkamer en nieuw museum.
Tegelijkertijd blijft ook de oude wonderkamer nog steeds bij individuen als Boudewijn Büch, Henk Schiffmacher, Midas Dekker etc. overeind. Een goed voorbeeld is de acteur/schrijver Ramsey Nasr, die in Amsterdam zijn eigen huis daarvoor gebruikt.
In 2023 zond de NPO2 een 6 delige serie uit over zijn droom en wijdde het Volkskrant -Magazine van 7.1.2023 daaraan een groot artikel.
Kortom , eeuwenlang waren die rariteitenkabinetten een soort van panorama of encyclopedie van de werkelijkheid of de wonderen der natuur. Eeuwenlang vormden ze een wereld van de verbeelding, een lofzang op het verzamelen een zoektocht naar de ordening van de kosmos, een combinatie van belerend en amusant, van lering en vermaak
K. J. Hupperetz







Opmerkingen