top of page

Het hoogtepunt

Bijgewerkt op: 24 apr. 2023


5 mei 1536, hij had zijn koffer gepakt, zijn zwaard na een grondige slijpbeurt in het foedraal geschoven en afscheid genomen van zijn vrouw. Zijn vaste koetsier had hem naar de haven van Calais gebracht.

Het kostte wat, maar hij kon niet het risico nemen dat hij te laat zou zijn. Hij was opgewekt geweest. Deze opdracht zou hem beroemd maken. Op een vreemde manier onsterfelijk, zelfs.

Het zou een hoogtepunt zijn in zijn bestaan. In de haven had Jean, zijn assistent, op hem staan wachten.


Nu, op 19 mei, staat hij op het schavot, een paar treden verheven boven de massa. Het is al dagen prachtig weer, zon, 24 graden, heel on-Engels. De poort van het koninginnenverblijf van de Tower gaat open. Daar is ze dan, Anne. Ze schrijdt vergezeld door haar hofdames naar buiten.

Ze ziet er betoverend uit in haar jurk van grijs damast onder een rode mantel afgezet met het koninklijke hermelijn. Waardig en onbevreesd kijkt ze naar de menigte, met duizend zijn ze, waaronder velen van hoge adel, duidelijk van haar onder de indruk.


Opeens voelt hij zich oud. Waarom raakt zij hem zo? Dat had hij niet verwacht. Natuurlijk, een koningin, dat is wat anders dan een onbekende, anonieme moordenaar of dief. Maar hij, met zijn ervaring, zou toch met meer afstand zijn taak moeten kunnen uitvoeren. ‘Ik heb het zwaard hier achter u onder het stro gelegd’, fluistert Jean. Hij knikt.

Anne deelt geld uit onder de aanwezige armen, een oud gebruik bij executies. Ze kijkt hen onderzoekend aan. Het verbaast hem dat ze belangstelling op kan brengen voor anderen, terwijl de dood op haar staat te wachten. Hij, de beul, op haar staat te wachten. Speciaal uit Calais gehaald, omdat in Engeland niemand vaardig genoeg met het zwaard wordt geacht. Voor gewone veroordeelden maakt dat niet uit, maar voor deze vrouw is het anders.


Hij wil voor haar knielen, zeggen hoe het hem spijt. Maar dat kan natuurlijk niet. Hij moet fier staan, zelfbewust, sterk zijn. ‘Zegt u het maar als u klaar bent, vrouwe. Neem gerust uw tijd’.

Haar toespraak. Ze dankt de aanwezigen - waarvoor in godsnaam - en vraagt hen te bidden.

Voor de koning, die altijd zo goed voor haar is geweest. Voor haar, die daarom onbevreesd het vonnis en haar dood accepteert. Zo grootmoedig. Moet hij háár doden? Hij gluurt naarJean en denkt vochtige ogen te zien.


Gister was alles al klaar geweest voor de executie, maar was deze uitgesteld. Hij had gehoord dat Anne had gesmeekt deze toch door te laten gaan, ze wilde dat het voorbij was. Het was haar geweigerd. Hij had er zelf verder niet bij nagedacht en had met Jean die dag door Londen gelopen, zijn zwaard nogmaals geïnspecteerd, een flink stuk schapenvlees gegeten in de drukbezochte herberg. Wat bier gedronken. Goed geslapen ook. Nu pas dringt tot hem door hoe zwaar het uitstel voor haar geweest moet zijn. Ze had zich al schrap gezet, haar energie samengebald om haar lot in de ogen te kijken. Dan ineens nóg een dag en nacht moeten wachten op wat onafwendbaar het einde is. Zich opnieuw moeten verzoenen.


Hij voelt bijna liefdevolle bewondering. Zijn gedachten en gevoelens verwarren hem. Vandaag is alles anders. Zij voelt zo dichtbij. Dat hoort je als beul niet te overkomen. Hij recht zijn rug.

Hij zal zijn beste slag inzetten en haar op die manier …. Ja wat? Dienen! Hij zal haar in één klap doden, voor háár. Niet voor zijn opdrachtgever, nee, voor háár. Die gedachte geeft hem energie, hij heeft weer een taak waar hij achter staat.


Anne doet haar mantel en kap af, glimlacht bemoedigend naar haar hofdame, de laatste, die haar heeft begeleid bij het beklimmen van het schavot. Die neemt de kleding aan, buigt naar Anne, lijkt niet weg te willen. Hij ziet hoe ze na aansporing door Jean dan toch het schavot afloopt.

Anne knikt naar hem ‘Ik ben klaar’. Ze knielt, haar rug naar hem toegekeerd, trots rechtop.

Hij heeft zijn schoenen uitgedaan, zodat ze hem niet aan hoort komen. Hij is volledig op haar gericht, de zenuwen zijn geweken, hij ís er voor haar. Hij zet drie stappen, zwaait het zwaard één keer boven zijn hoofd en raakt haar nek precies op de goede plek. Haar hoofd vliegt van haar lijf en belandt in het stro. Er heerst doodse stilte.


Iedereen schrikt van het kanonsschot. ‘Ja, ze is dood, Henry’, denkt hij grimmig.


Lianrombouts@gmail.com



De schrijfopdracht luidde: - Schrijf over een andere tijd en maak dat duidelijk in je eerste zin. Bv. ‘In 1784 werd Banji verkocht aan de Spanjaard Yuste’. Het verhaal mag ook in heel andere tijd spelen, als het maar in de eerste zin duidelijk wordt. - Verder moet in je verhaal een hittegolf, een storm of een sneeuwbui voorkomen. - En tot slot: de mannen schrijven over een vrouw als hoofdpersoon en de vrouwen over een man. Besteed aandacht aan het typeren van je hoofdpersoon door mannelijk cq vrouwelijk gedrag/gedachten te beschrijven. - De gebruikelijke uitdaging: pakkend schrijven.

Aandachtspunten - Zorg dat je geen informatie (bv. over de tijd en de plaats) verschaft die niet relevant is voor je verhaal. - Let speciaal op je woordgebruik: niet saai, maar ook niet gekunsteld. Probeer gewone woorden net anders te gebruiken: andere betekenis of in combinatie met een ander woord, waardoor het bijzonder wordt.




44 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page