top of page

De man met het lachend gezicht

Bijgewerkt op: 4 apr. 2023

Eens in de maand komt in de Dickens Room van ‘t Clockhuys een schrijfgroep bijeen. Hieronder een verhaal van één van de deelnemers.


De man met het lachend gezicht


Of hij vrienden heeft gemaakt in de politiek. De journalist probeert zijn gezicht te lezen.

‘Nee, of ja toch één’ zegt hij. Zijn coalitiepartner in een van zijn talrijke regeringen.

Daarna brak hij het interview abrupt af. Liep in rap tempo het Binnenhof binnen. Een flap van zijn colbertjasje wapperde in de wind.


‘s Avond op weg naar zijn favoriete restaurant dacht hij weer aan het interview eerder die dag. Bijzonder toch zijn vriendschap met een oorspronkelijke politiek tegenstander. Hij kende hem natuurlijk al van de Tweede Kamer. Vond het wel een bijzondere man, intelligent en ook wel overtuigend. Maar een milieufanaat, nee niks voor hem. En met actievoeren had hij al helemaal niets. En toch … en toch ….

Het overkwam hem niet vaak, dat hij werd verrast door iets of iemand. Als gewoonteman plus zijn vermogen om mensen juist in te schatten zorgden voor weinig verrassingen. Maar goed ook, zijn leven was zo al gevuld en complex genoeg.

Toen hij het restaurant naderde snoof hij een mengelmoes van vertrouwde geuren, citroengras, djahé, trassi, seroendeng. Het gaf hem een gevoel van veiligheid, deze geuren die hem terug voerden naar zijn ouders, vooral zijn moeder, zusters en broers. Samen gezeten aan de grote tafel en elkaar fel bediscussiëren, vooral over politiek. Ook toen al.


Wanneer hij het restaurant binnenloopt ziet hij dat zijn vaste tafel is vrijgehouden. Een grote glimlach verlicht zijn gezicht. Hij knikt naar de ober en steekt zijn duim omhoog. Terwijl de ober op hem afloopt bedenkt hij wat hij gaat eten. Hij heeft twee vaste menu’s, die hij altijd kiest. Babi Ritja Ritja of de rijsttafel van het huis. Hij kiest voor Babi Ritja Ritja. Eigenlijk kiest hij meestal voor dit menu. Het doet hem denken aan Rita, zijn grote rivale van weleer. Het doet hem genoegen om haar hap voor hap te verorberen.


Later op weg naar huis wordt hij vergezeld door een zacht kalm motregentje. De paraplu boven hem voelt huiselijk aan. Thuisgekomen sluit hij de gordijnen en gaat zitten op zijn comfortabele leunstoel. Naast hem de eikenhouten staande lamp met de geplooide okerkleurige lampenkap. Routinematig strijkt hij met zijn hand over zijn broekspijp. Eerst de linker, dan de rechter.


Opeens denkt hij weer aan hem. Zijn politieke vriend. Ze leken wel twee jonge honden. Om elkaar heen springend, snuivend, happend naar elkaar. Enthousiast. Vol energie. Vol levenslust. Hij ziet hen samen nog zitten in een Haags café. Plannen maken voor Nederland. De prachtige vergezichten die ze samen creëerden. O ja ze waren het ook vaak oneens. Er werden de nodige robbertjes gevochten. Hij kon soms horendol woest op hem zijn en vice versa.

‘Wat maak je me nou’ zeiden ze dan tegen elkaar. Maar ze kwamen er altijd uit. Samen.

Hij moet er even van zuchten. Hun onderlinge band was gebaseerd op een combinatie van meningsverschillen en onderling vertrouwen. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig.


Hij loopt naar de keuken en wast zijn handen. Gewoontegetrouw. Gaat weer zitten. Denkt aan andere collega’s. Hennis die hij vaak een knuffel gaf. Omdat hij wist dat ze dat fijn vond. Edith die hij regelmatig complimenteerde met dat zij hem goed kende, dat hoorde ze graag. Zo hield hij altijd de controle, wist mensen aan zich te binden. Wist hoe hij ze de juiste kant op kon laten bewegen. Zo ging het, zo gaat het en wat hem betreft blijft het zo. Hij kan zich een leven zonder politiek, schijnwerpers en druk-druk-druk niet voorstellen. Wil niets anders. En het gaat hem aardig af, durft hij zichzelf te bekennen.

Zo zittend in zijn stoel bladert hij een krant door. Geniet van dit rustmoment.

Maar niet voor lang. Hij voelt onrust. Duisternis. Alsof hij alleen rondzweeft in een onmetelijke zwarte nachthemel. Beneden hem ziet hij allerlei mensen. Hoort hen. Geroezemoes van stemmen. Het contrast met zijn eenzaamheid. Droefenis omhult hem.


Hij staat op. Steekt beide armen in de lucht. Rekt zich uit. Zijn eerdere muizenissen trekken zich terug in schaduwen van de kamer. Hij pakt de telefoon en draait het nummer van Angela. Zijn gezicht zojuist nog wat naar beneden hangend trekt weer strak. De mondhoeken gaan omhoog wanneer hij enthousiast zegt:

‘Es freut mich deine Stimme zu hören.’


Ineke Wielinga

U kunt uw reactie sturen naar: iwielinga@hotmail.com





20 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page