Tussen lering en vermaak



Vanaf schilders als Jeroen Bosch (1450-1516), Pieter Brueghel (1525-1569) tot Jan Steen

(1626-1679) zijn door Vlaamse en Hollandse meesters eindeloos veel schilderijen tot stand gekomen binnen wat genrekunst is genoemd. In talloze exposities van de laatste vijftig jaar komt de dubbelzinnige manier waarop men naar dit werk kijkt heel duidelijk naar voren. Simpel gezegd gaat het om pretpark versus predikant, pretmaker of moralist.


Volgens een aantal experts zijn het alledaagse, gezellige tafereeltjes, een sfeer van feesten, kermis, herbergen, volgens anderen zit in deze schilderijen een verborgen betekenis, een verstopte boodschap. Voor ons is het door de afstand in de tijd van de 16de/17de eeuw ingewikkeld om een en ander goed in

te schatten. Ofwel is het een spiegel van alledag, of het laat zien, hoe de opkomende burgerij onzedelijk gedrag, het gebrek aan discipline afkeurde en er hooguit om moest lachen.


Feit is dat kunstenaars vaak gebruik maakten van volkse spreekwoorden, van zegswijzen, van moppen die rondgingen bij het schilderen van de taferelen. Het zijn als het ware pogingen op

een beeldende manier een verhaal te vertellen, vol symboliek en complexe humor. Soms zit er

wel degelijk een kritische blik op de maatschappelijke problemen van die tijd in. Mijns inziens

zijn beide aspecten aan de orde en willen de kunstenaars de toeschouwer/kijker aan het lachen maken met werk vol realistische details.


Tegelijkertijd kan men er soms wel degelijk vermaningen in ontdekken tegen bepaalde uitwassen of ondeugden, kortom een verborgen betekenis. Wij weten dat eeuwen lang humor en moppen werden ingezet tegen zwaarmoedigheid en melancholie. Publicaties als Lachen in de Gouden Eeuw van de Rotterdamse cultuurhistoricus Rudolf Dekker (Wereldbibliotheek, 1997, 189 pag.) zijn daar een sprekend voorbeeld van.


Een aantal jaren geleden (2017/2018) vond in het Frans Halsmuseum in Haarlem de expositie plaats: De kunst van het lachen, humor in de Gouden Eeuw (catalogus, Waanders Uitgevers, 192 pag.). Met zo'n 60 werken uit de 17de eeuw ging het om humoristische schilderijen, een wereld van scherts en vrolijkheid, van beeldgrappen uit die periode, kortom om moppen in verf. Op 3 februari 2018 kon men zelfs vanuit Haren met een excursie per touringcar aan deze tentoonstelling deelnemen. Het is een probleem dat mij al geruime tijd fascineert, maar ik ben onvoldoende competent om deze kwestie te beslissen.


Het lijkt mij verreweg het beste als iedere kijker zelf beslist, wat hij er in wil zien/lezen/interpreteren.


Karel Hupperetz

39 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven