Plog 7 - Het woord is aan ...

Bijgewerkt op: mei 26


In deze aflevering:

- Dichters uit Haren (4)

- Stijlfiguren: Parallellisme, repetitio, cyclische bouw (theorie 2)

- Thema ‘scheiding’ in poëzie.

- Tot besluit


1. Dichters uit Haren (4).

In deze vierde aflevering van de serie met werk van ‘onze eigen’ dichters aandacht voor Hans Reddingius. Net zoals Saskia de Boer is Hans een beoefenaar van de Japanse dichtvormen haiku en tanka, waarmee hij in de jaren ’80 kennismaakte.

Zijn bundel 'In een oude schuit' is nog steeds verkrijgbaar bij www. boekscout.nl. Voor- en nadien schreef hij talloze andere verzen, die een zeer gevarieerd oeuvre vormen. Hier volgt een tweetal gedichten, door de schrijver zelf van commentaar voorzien.


ZWEEFANGST


wat moet ik met je aan

gierzwaluw met hoogtevrees

de diepte

naar zware aarde

de ijle lucht

jouw domein


hoe zweeft de duizeling

gierzwaluw met hoogtevrees

de diepte

naar het zwarte water

duwende wind

rondom


oh je zeer strakke sikkel

gierzwaluw met hoogtevrees

de krachten,

bergtoppen, stralende wolken,

de verre hoogte

van de maan


probeer het maar eens:

te pletter vallen


Die laatste twee regels … Gáát dit gedicht eigenlijk wel over gierzwaluwen?


Het volgende is meer een mix van de indrukken die het hedendaagse nieuws bij me achterlaten. Ik vind het wel eens leuk om bepaalde beelden een paar keer te laten terugkomen in verschillende contexten.


NIET ALLEEN GROENTE HOOR!


groente alleen is niet voldoende

het zwarte beton slurpt aardgas en kwik

zilver het donkere horloge meldt argwaan

‘s avonds snikken de kijkers bij het journaal


het geprakte journaal blubbert in de verte

rondspetterende zwaluwen versplinteren lachgas

kwikzilverige kikkers bekwaken gemalen beton

het duister, de randen van de rondzingende maan


honderd zwoele bloemen wuivend aan de rand

het donkere horloge verzinkend in zwart ogend beton

somber de boodschap van het laatste journaal:

groente alleen is verre van voldoende


Je ziet dat de eerste regel weer terugkomt als laatste. Het beton uit de tweede regel komt terug in de zevende en de tiende regel, blijkbaar zit het me hoog dat het landschap dat wij mensen aan het maken zijn voornamelijk uit beton bestaat, ik vind dat niet zo mooi, het beton is zwart, dus wat onheilspellend. Het donkere horloge uit regel drie komt terug in regel tien. Het horloge registreert de tijd, en die is donker. We kunnen ons best doen, gezond eten met voldoende groente maar alleen daarmee redden we het niet. Enfin, zo kan men het een en ander interpreteren in zo’n gedicht maar je kunt als lezer het op je eigen manier beleven en alles hoeft niet verklaard en geïnterpreteerd te worden. Ik speelde natuurlijk ook spelletjes met de klank: donkere horloges, snikkende kijkers, kwikzilverige kikkers, zwoele bloemen, groente voldoende. Je moet uitkijken dat het niet te gek wordt met al die klinkklank, het moet wel bijdragen aan wat je wilt zeggen in het gedicht. Of ik daarin geslaagd ben? Wat vindt u? Bijvoorbeeld: kwikzilver klinkt leuk, maar kwik is nogal giftig – heb ik er daarom een enjambement mee gemaakt?


2. Stijlfiguren: op verzoek en uitsluitend voor die plog-lezers, die met een stukje literaire theorie hun (middelbareschool)kennis weer willen ophalen.

Parallellisme en repetitio zijn prachtige woorden voor eigenlijk heel eenvoudige taalvormen met (al of niet gevarieerde) herhaling als basis. Zij zorgen voor structuur, leggen verbanden en benadrukken bepaalde elementen. De gedichten hierboven van Hans Reddingius zijn daar al een aardige illustratie van.

Een dergelijke functie hebben deze stijlfiguren niet alleen in poëzie, maar ook bijv. in reclametaal en redevoeringen. Een heel beroemd voorbeeld is de speech van Martin Luther King met het herhaalde ‘I have a dream’. Een recenter voorbeeld leverde Amanda Gorman met ‘The hill we climb’. En op vier mei sloot Amara van der Elst haar spoken word voordracht af met:


niet wie harder schreeuwt maar stiller denkt niet wie harder schreeuwt maar stil h