Plog 3. Van herfst naar winter

Bijgewerkt: feb 5


Najaar aan de rivier


Er is een beeld dat me maar niet verlaat.

Het wiekte tot me over lage dijken

als wilde het per se m’n geest bereiken:

dit beeld waarover ik slechts moeizaam praat.



We stonden naar een zeearend te kijken.

Kraaien bestookten hem met het soort haat

waar zelfs een reus van op de vleugels gaat.

Zo dwong hij duizend kieviten tot wijken.


En eensklaps knipperden duizend signalen

zwart-wit, aan-uit, nerveus een boodschap door

waarvan ik zelf de inhoud moest bepalen.


Die inhoud kom ik maar niet op het spoor,

dus blijft dat beeld zich in mijn hoofd herhalen,

Een kievit gunt je hoor noch wederhoor.


(G. v.d. Bovenkamp)


Herfst betekent vogeltrek! Die vogeltrek vormt de basis voor het volgende gedicht (een sonnet zoals iedereen nu direct ziet), dat een heel eigen poëtische draai aan het natuurverschijnsel geeft. Aan de vooravond van hun vertrek hebben duizenden kieviten zich verzameld. De zeearend, opgejaagd door kraaien, zorgt ervoor dat de kieviten met z’n allen op de wieken gaan. Een machtig gezicht: al dat zwart-witte geklapwiek tegen de najaarslucht. De schrijver ziet er nog iets meer in: een ‘tweet’, een soort boodschap van de vogels. De lezer mag die gecodeerde boodschap (het is a.h.w. een soort morse) invullen. Ik doe een gooi: “ Wij gaan ervandoor, tot volgend voorjaar, goeie winter!”


----


Nou ja, echt winter zal het wel weer niet worden. Hoewel, de rayonhoofden van de Tocht der tochten geloven er nog wel in blijkens een op 19 november al uitgegeven communiqué dat de Elfstedentocht 2020/2021 vanwege Corona afgelast wordt: voor deelnemers en toeschouwers kan de anderhalve meter niet gehandhaafd worden. Geweldig besluit en dito argumentatie: wat zal hierover vergaderd zijn!


Hoe smaakt ook al weer

Een ijspegel? Ik proef niks,

Behalve mijn jeugd.


(Wim Nijssen)


In dit korte gedichtje van Wim Nijssen wordt het verlangen naar weer eens een echte winter ook bij ons gewekt. De vorm is die van de haiku: een van oorsprong Japanse poëzie-techniek met een vaste verdeling van lettergepen over de drie versregels: 5 -7- 5. In die strakke en beperkte vorm probeert een dichter iets van een gevoel, een emotie, een inzicht vast te leggen, zonder ze expliciet te benoemen en vaak met behulp van een natuur-observatie. Een mooie definitie levert R.H. Blyth: ‘Een haiku neemt zo veel mogelijk woorden weg tussen zichzelf en de lezer’. Het oogt zo eenvoudig, maar schijn bedriegt: probeer het zelf maar eens.

NB. Onze plaatsgenoot-dichters Saskia de Boer en Hans Reddingius zijn bekwame beoefenaars van

dit genre.

----


(Groninger) Driek van Wissen neemt de Elfstedenkoorts op de hak in het vers:


Anti-Fries


Als Holland winters is getooid En wij van kou welhaast verrekken Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid Ontspannen plots in losser trekken Terwijl zich rond de stuurse bekken Een soortement van glimlach plooit.

In onverstaanbare gesprekken Worden dan praatjes rondgestrooid Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit De hoop der dwaze halzen nekken. Nee, de Elfstedentocht komt nooit!


(Driek van Wissen)

----


Een gebeurtenis in de winter kan ook door een schrijver ‘gebruikt’ worden om heel iets anders aan de orde te stellen. Dat is het geval in het gedicht ‘Vos onder ijs’.


Vos onder ijs


Deze winter, bij het schaatsen:

vos onder ijs.

Twee glazen ogen keken op


Alsof hij zo omhoog zou springen

met open bek

als het plotseling zomer werd.


Ik vlucht voor honderd boeren.

Water breekt.

Ik zwem mij langzaam dood.


Mijn laatste woorden zijn gedacht

ik kan niet meer

en spreken kan niet hier.


Het is eenzaam. Aan deze kant.

Van het papier.

Het is zo eenzaam hier.


(Ingmar Heytze)


Geen sfeerbeschrijving van uitgestrekte rietlanden, mooie luchten, krassende ijzers. Dit wordt geen natuurgedicht! In weinig woorden noteert hij zijn observatie van die vos. In de tweede strofe wordt zijn verbeelding in gang gezet en in de volgende strofen, beeldt hij zich in wat er gebeurd kan zijn, door de vos als ‘ik-figuur’ te laten optreden. En dan verschuift er iets vanaf de voorlaatste strofe: het is nog steeds de vos maar let op ‘woorden’, ‘gedacht’, ‘spreken’: allemaal wel erg menselijk. En dan komt in de laatste strofe de complete identificatie, de omslag van vos naar dichter. Dichten is een eenzame bezigheid; zoals vos en schaatsenrijder gescheiden zijn door ijs, zo zijn schrijver en lezer gescheiden van elkaar door het papier waarop het vers staat. Let tot slot ook even op de symmetrie in de strofenbouw en het effect van het weglaten van lidwoorden.


In de winter dat ik dit gedicht voor het eerst las, deed ik mee aan een toertocht over de Weerribben; geen vos gezien, wel liep er een half bevroren muisje over het ijs. Mijn dochtertje vond het zo zielig dat zij het beestje in haar handschoen meenam. Het mocht niet baten; een sloot verderop hebben we het in de rietzoom ter aarde besteld.


----


Tot slot een wintergedicht dat niet zo gemakkelijk te duiden is. De situatie op zich is wel duidelijk, maar het gaat om interpretatie van de eerste zin in combinatie met de slotstrofe. En wat is het effect van het gebruik van ‘je’ in plaats van ‘ik’ en waarom wordt dat ‘je’ aan het eind ‘jij? Nou ja, het is nog geen februari, dus tijd genoeg om er over na te denken. Ik houd me aanbevolen voor interpretaties. En, wie weet, komen de rayonhoofden toch op hun besluit terug en komt er een Elfstedentocht voor gevaccineerde deelnemers.


Februari


Je eigen hart verijsd, vergat je dat

van je vijver. Te laat sneeuw weg-

gewreven: je zag jouw marmeren kop

terug tussen twee goudkarpers, vol

en roze ingevroren alsof ze leefden.


Met een bijl nog geprobeerd de rest

te redden maar water is geen hout:

je spleet je kop, het wrak vroor

dichter, ze gingen oorverdovend dood.


Een vijver misschien spiegelbeeld, jij

nog geen vis. Jij steeds minder dapper

ontdooiend steeds laffer diepvrieswezen,

een vis door ijs gegrepen direct koud.


(Victor Vroomkoning)


Friso Bavinck

68 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven

© 2020  Geboekt in Haren.   Ontwerp: Jeannette Ensing Groningen  Foto's achtergrond: Bob de Vries @ 2020