Een cultureel netwerk rond 1900

Bijgewerkt: mei 17

Een cultureel netwerk rond 1900




Meer dan een eeuw geleden kende Nederland een grote culturele vernieuwing op talloze terreinen. Er was sprake van een groot netwerk van kunstenaars en intellectuelen die elkaar kenden en stimuleerden. Naar aanleiding van de honderdste sterfdag van de in die tijd zeer bekende componist Alphonse Diepenbrock (1862-1921) wil ik een beeld schetsen van die belangrijke periode.


Eigenlijk was Diepenbrock een classicus, die in 1888 summa cum laude op Seneca promoveerde en vervolgens tot 1894 leraar klassieke talen aan het gymnasium in Den Bosch was. Als musicus/componist was hij autodidact, als katholiek een bewonderaar van Palestrina, maar evenzeer van Wagner en de impressionist Debussy.


Vanaf het bezoek van Mahler aan ons land in 1903 waren zij bevriend, wat te zien is op een foto van oktober 1906 bij Laren, met Mahler, Mengelberg en Diepenbrock. Zijn doorbraak als componist kwam in 1902 bij de uitvoering van het Te Deum (1897) door Willem Mengelberg. In september 1912, 10 jaar later, wijdde Mengelberg een compleet feestconcert aan de vijftigste verjaardag van Diepenbrock, die hij ooit een genie noemde.

Bij dat concert droeg toneelregisseur Willem Royaards voor uit Vondels Gijsbrecht. Diepenbrock was als katholiek van belang voor wat toen het Katholiek Reveil werd genoemd o.l.v. Alberdingk Thijm, met o.a. het tijdschrift De Gemeenschap.


Vergelijkbaar daarmee was zeker de rol van de Tachtigers in de literatuur, zoals Herman Gorter en Willem Kloos. Uiteraard was vooral het muzikale netwerk van die tijd van fundamenteel belang. Allereerst Willem Mengelberg (1871-1951), de dirigent van het Concertgebouw van 1895 tot 1943 aan de Van Baerlestraat.


In 1999 verscheen deel I van de biografie van Willem Mengelberg van de hand van musicoloog Frits Zwart (1871-1920) en zeventien jaar later, in 2016, verscheen deel II bij Prometheus, (1920-1951, 688 pag.),waarop ik in dit verband jammer genoeg niet verder in kan gaan.


In 1995 was in wat toen nog het Haags Gemeentemuseum heette, een tentoonstelling aan Mengelberg gewijd. Bij dit nu Kunstmuseum berust overigens ook het archief van Mengelberg. Honderd jaar na zijn intrede bij het Concertgebouworkest, 75 jaar na de beroemde Mahlerfeesten van 1903, verschenen The Mahler recordings.


Diepenbrock was in augustus 1895 gehuwd met Jonkvrouw Elsa de Jong van Beek en Donk (1868-1939). Bij uitgeverij De Geus verscheen in 2016 een lijvige biografie over de zussen Elsa en Cecile van de Vlaamse hoogleraar Letterkunde in Namen, Elisabeth Leijnse (638 pag.). Diepenbrock en zijn vrouw woonden in de Johannes Verhulststraat in Amsterdam en hadden twee dochters.

Na de dood van Diepenbrock in1921 wijdden zij zich aan zijn postume roem.

Misschien vanuit de katholieke inspiratie en de invloed van de Tachtigers schreef Diepenbrock overwegend vocale muziek, orkestliederen en symfonische gedichten. In zijn tijd was hij zeker een gevierd componist. In onze tijd hebben vooral musicologen als Eduard Reeser (1908-2002) en Leo Samama zich ingezet voor het werk van de componist.

Bij gedichten van de Duitse romanticus Novalis (1899), van Goethe en Hölderlin tot Nietzsche, ontstond dit muzikale werk. Minstens even intensief was zijn samenwerking met de eerste, grote vernieuwer van het Nederlands toneel, Willem Royaards (1867-1929). Royaards schitterde bij de N.V. Het Tooneel met ensceneringen als Op zoek naar de ware Elektra gebaseerd op Sophokles, in de vertaling van Boutens (1920) en Goethes Faust (1918), waarvoor Diepenbrock muziek componeerde. Bij het werk van Royaards moeten zeker ook de beroemde decors en affiches van R.N. Roland Holst worden genoemd. Uiteraard ontstond er ook bij de Gijsbrecht van Aemstel van Vondel in 1912 toneelmuziek van zijn hand, zoals al eerder in 1893 een Rey van Amsterdamsche Maeghden. Royaards overleed in januari1929, en een paar maanden later, in april, ging zijn favoriete speelplek, het prachtige Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein in Amsterdam in vlammen op.


Diepenbrock componeerde veel muziek voor de katholieke eredienst. Vanuit zijn spirituele achtergrond probeerde hij via zijn muziek een zekere religieuze exaltatie op te roepen. Tegelijkertijd geldt zijn oeuvre voor velen als moeilijk en complex. De aanleiding voor deze beschouwing was een oproep in de NRC (14.1.2021), met als gevolg een rondgang langs een zestal kenners en liefhebbers o.l.v. Mischa Spel, om weer eens naar Diepenbrock te luisteren. Verder hoop ik dat in dit herdenkingsjaar de debuutroman van Erik Menkveld, Het grote zwijgen (Van Oorschot, Amsterdam, 2011, 389 pag.) door velen weer eens gelezen wordt.

Diepenbrock heeft, voor zover ik weet, nooit een internationale doorbraak gekend, maar was in zijn tijd een gevierde componist, ooit in 1911 vastgelegd in een mooi portret door Jan Toorop. Hij speelde een zeer belangrijke rol in dat dynamische tijdvak tussen 1870 en 1920, met die grote culturele samenhang van literatuur, theater en muziek.


Karel Hupperetz

18 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven