Een lofzang op het boek (I)

Bijgewerkt: jun 29


Een lofzang op het boek (I)


Nog steeds geniet ik ervan om door een bibliotheek of boekhandel te dwalen en om boeken ter hand te nemen. Vandaar start nu een korte serie in deze Blog als ‘Een lofzang op het boek’.


Een korte boekgeschiedenis, de grote sprong van mondelinge uitwisseling (de orale cultuur) naar schrift.


Tot op de dag van vandaag worden er interessante vondsten gemeld, zoals toen in 2015 in Egypte op een stuk steen het oude Arabische Halaham-alfabet werd ontdekt, te vergelijken met ons ABC. En heel recent, in dit jaar, werd er melding gemaakt van een in Israël gevonden potscherf uit de 15de eeuw voor Christus, die wordt gezien als de ontbrekende schakel in de geschiedenis van het alfabet.


De invoering van het schrift beschouwde men destijds als een aanslag op het geheugen, maar de opmars van het schrift op kleitabletten, papyrus en perkament bleek niet te stuiten. Dit alles speelde zich eeuwenlang af in kloosters en abdijen, aan hoven en op de vroege universiteiten.

Al lang voor Gutenbergs boekdrukkunst bestond er een, doorgaans door reizende monniken verspreide, grote intellectuele en wetenschappelijke dynamiek in kloosters en kathedralen.

Deze vouwde zich uit vanuit Italië via Duitsland naar Nederland tot in Ierland.


Inmiddels weten we dat er ook in ons land meer was dan ‘Hebban olla vogala nestas … ’ (Alle vogels zijn aan het nestelen … , lang gezien als de oudste Nederlandse zin), uit de 11de eeuw.

Het was in ieder geval een lange weg vanuit de christelijk-theologische kaders naar de vroege universiteiten zoals Bologna en de grote steden, de weg naar wetenschap en secularisering in de vroege intellectuele wereld.


Een soortgelijke sprong als van de orale geschiedenis naar het schrift was de overgang van geschreven manuscripten naar gedrukte tekst. Men beschouwde het als een groot gevaar wanneer op grote schaal boeken beschikbaar zouden komen, en sommigen vreesden, dat de beschaving zou worden ondermijnd.


Vrij lang bestond in onze nationale traditie de overtuiging dat Laurens Janszoon Coster uit Haarlem rond 1441 de boekdrukkunst had uitgevonden, maar het was Johannes Gutenberg,

door wie het startsein werd gegeven voor de fundamentele, culturele omwenteling van de boekdrukkunst door het introduceren van het gebruik van losse letters.

We weten niet eens zoveel van het leven van Johannes Gutenberg. Hij werd omstreeks 1399 in Mainz geboren en volgde een opleiding tot edelsmid. Daarna vertrok hij naar Straatsburg.

In 1448 was hij weer terug in Mainz en werkte hij samen met Johann Fust, die zijn onderneming financierde. In 1468 overleed Gutenberg in Eltville en werd in Mainz begraven. Beroemd werd Gutenberg vooral in 1455 door de Bijbeldruk, de Latijnse Vulgaattekst van zo'n 1282 pagina's.

Dit alles gebeurde in een in veel opzichten roerige tijd, waarover veel te zien is in het Gutenbergmuseum in Mainz.


Na Gutenberg ontstond er al heel snel een relatieve massaproductie (kalenders, teksten, aflaten). Ook begonnen vroege uitgevers hun werk in Venetië (Aldus Manutius, 1449-1515), Antwerpen (Christoffel Platijn, 1520-1589) en in Bazel en Straatsburg. Rond 1500 waren alleen al in Venetië zo’n tweehonderd boekdrukkers actief.

Uiteraard was er met name vanuit de kerken de angst dat hun monopoliepositie zou worden bedreigd. Het is dan ook geen toeval dat al in 1559 in Rome de Index LIbrorum Prohibitorum, de lijst van verboden boeken, ontstond.

Na de uitvinding van de boekdrukkunst duurde het nog wel geruime tijd voor het boek algemeen werd gelezen, dat de verschuiving plaatsvond van het intensieve lezen van steeds dezelfde tekst naar de extensieve lectuur, naar de leeshonger in de 18de eeuw, toen iedereen steeds iets anders wilde lezen. Pas in 1962 riep Marshall McLuhan het einde van het boek, van de Gutenberg-Galaxy uit.


Amsterdam was in de 17de eeuw, de Gouden Eeuw, een belangrijk centrum, wat bijvoorbeeld blijkt uit het afscheid van prof. dr. F.A. Janssen in 2004, hoogleraar Boek- en bibliotheekgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Bij die gelegenheid verscheen de bundel Boek & Letter, met 26 essays (380 pag.) rond de oude druktechnieken van boekdrukkers uit Venetië, Antwerpen en Amsterdam.

In 2019 verscheen de studie De boekhandel van de wereld, over de rol van het boek in de Gouden Eeuw (Atlas/Contact, 624 pag.). Bovendien wijs ik nog op Het boek van het gedrukte boek: een visuele geschiedenis, van de conservator van de bijzondere collecties van de UVA , Mathieu Lommen (2012, Amsterdam University Press, 463 pag.) waarin zo'n 127 bijzondere werken worden besproken en gepresenteerd.

Wat ooit in de 15de eeuw begon was het startpunt voor het belangwekkende Een geschiedenis van het lezen, het bekende boek van Alberto Manguel (2008, Ambo, 621 pag.).

Op dit moment kan ik ook nog de publicatie van de Spaanse classica Irene Vallejo aanbevelen voor eenieder, die de geschiedenis van het boek ter harte gaat, Papyrus, een geschiedenis van de wereld in boeken, (Meulenhoff, 2021, 536 pag.)


De boekwetenschap was geruime tijd vooral het domein van Franse auteurs als Robert Darnton (1939) en Roger Chartier (1945). Darnton analyseerde de boekenwereld van Neuchâtel in Zwitserland, de literaire onderwereld tijdens het Ancien Regime. In 1983 hield hij de Huizingalezing onder de titel 'The Meaning of Mother Goose'. en later werd hij hoogleraar Geschiedenis in Princeton. In 2004 ontving hij in Duitsland de Gutenbergprijs.

Chartier, hoogleraar in Parijs, heeft zich in talloze publicaties met de periode 1530-1780 beziggehouden: hoe werd er gelezen, wat werd gelezen, welke uitgeverijen en boekhandels

waren actief.


In onze tijd zijn het vooral de boekenbeurzen van Frankfurt en Leipzig, die al eeuwenlang het beeld van de boekenwereld, van de branche bepalen. Frankfurt is al sinds 1240 zo'n centrum, Leipzig een paar decennia later, sinds 1268. In de huidige tijd is er bij de jaarlijkse boekenbeurzen telkens een land het zwaartepunt, bijvoorbeeld Nederland en Vlaanderen waren in 2016 het gastland bij de Frankfurter Buchmesse. Frankfurt en Leipzig zijn van fundamenteel belang voor de internationale uitgeverswereld, voor nieuwe ontwikkelingen en trends in de wereld van het boek.




Ik denk en hoop, dat we nog lange tijd Wereldboekendag, ook bekend als De Internationale dag van het boek en de auteursrechten, gestart door de Unesco in 1995, zullen vieren. 23 april, de sterfdag van Shakespeare en Cervantes in 1616, was daarvoor het uitgangspunt .


K.J. Hupperetz, juni 2021

23 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven